|
In den beginne was er niets,helemaal niets, nikske,
nothing, rien de knots
DE VOORGESCHIEDENIS
: BRANDING 1
Jeugdhuis De Branding te Laken is ontstaan in de
helft van de jaren zeventig. De initiatiefnemers waren Lakense jongeren
uit de regio Heysel (de parochies St-Lambertus, Goddelijk Kind Jezus
en Heilige Clara).
Op het einde van de jaren zestig was er al een
eerste jeugdhuis Branding opgericht door jongeren van de Heyselwijk
(regio St-Lambertusparochie). Het jeugdhuis was gehuisvest in een
lokaal dat tot de parochie behoorde gelegen op de Sobieskylaan.
De franstalige tegenhanger was La Caravelle. Over de geschiedenis
van die eerste Branding weten we niet veel meer. Het ging om een
tamelijk beperkte groep jongeren, voornamelijk studenten. Rond 1973
stierf het initiatief een stille dood. De parochie verkocht het
gebouw aan de platenfirma Dual.
BRANDING 2 IN DE MAAK
Een nieuwe generatie jongeren, waarvan een deel
kwamen uit de scoutsgroep Tijl en Nele, startten het nieuwe initiatief
in 1975. De formule van het jeugdhuis was erg in trek bij de jongeren
en verschillende aanpalende gemeenten hadden een jeugdhuis. Zo was
er het alom bekende (en vaak beruchte) jeugdhuis De Finkel in Jette
en het jeugdhuis De Rivieren in Ganshoren.
De geschiedenis van Branding 2 (de naam die in
het begin gebruikt werd) hangt nauw samen met het parochiaal leven
op de Heysel. De drie parochies (St-Lambertus, Kind Jezus en Clara)
waren samengesmolten tot één parochie of "sector".
Veel jongeren woonden in die tijd de zaterdagavondmis nog bij, deels
omdat ze moesten van thuis maar ook omdat het een afspraak- en ontmoetingsplaats
was voor de jeugd. Belangrijker dan de viering om 19 uur was de
wekelijkse babbel na de mis, die soms erg lang kon uitlopen. Voor
sommigen was het de plaats van afspraak om in groep te vertrekken
naar één of andere fuif, een film, e.d. Viel het weer
tegen, dan werd er geschuild in het kerkportaal.
Toenmalige pastoor Ludo Langendries, die ook aan
de basis lag van de scoutsgroep Tijl en Nele, speelde een belangrijke
rol in de beginperiode. Hij vond de spontane wekelijkse rendez-vous
van de jeugd belangrijk. De idee begon te rijpen om die losse groep
onder één of andere vorm te organiseren. Men droomde
van een eigen lokaal. De eerste plannen van een eigen jeugdhuis
kregen vorm.
DE START IN SEPTEMBER
1975
In de zomerperiode van 1975 werd een kleine werkgroep
samengesteld met o.a. pastoor Langendries, Roel Francois, Danny
Pieters, Hugo Cauwels en Wim Packet. Deze werkgroep nam het initiatief
voor een "open vergadering", gericht aan alle jongeren
van de regio Heysel. Via (met stift geschreven) affiches werd de
jeugd uitgenodigd. De "oprichtingsvergadering" ging door
in september 1975 in een scoutslokaal naast de zaal Internos aan
de kerk van het Goddelijk Kind Jezus (Verregat). We schatten dat
er zo’n 20 à 30 jongeren aanwezig waren. De leiding
van de scoutsgroep was goed vertegenwoordigd maar daarnaast waren
er ook jongeren die nog niet georganiseerd waren. Men beslistte
een jeugdwerking op te starten en er werden meteen drie werkgroepen
opgericht die activiteiten zouden inrichten rond animatie, sport
en pastoraal. Na die eerste vergadering is enkel de werkgroep animatie
actief blijven functioneren en daaruit is de Branding gegroeid.
DE PIONIERS
De Branding is "klein" begonnen met slechts
een 7-tal leden die tegelijk het "bestuur" vormden : Hugo
Cauwels (werd als oudste de eerste voorzitter), Dirk en Wim Packet,
Roel en Lieven Francois, Marc en Fons Meutermans en Dany Pieters.
Deze laatste verdween vrij vlug uit de kerngroep wegens studieredenen.
In die tijd was er geen lokaal beschikbaar en dus werd de garage
ten huize Cauwels op de Smet de Nayerlaan het eerste lokaal. Elke
zaterdagavond kwam men samen voor een "gezellige" babbel.
Regelmatig werd in groep deelgenomen aan activiteiten zoals bioscoopbezoek,
naar een fuif gaan, zwemmen, enz. Er werd veel gediscussieerd over
wat de Branding in de toekomst kon worden. Na één
jaar werking werd voor de eerste maal een gezamenlijk "vakantie"
(kamp) georganiseerd : met de fiets en tentjes naar Langdorp waar
er gekampeerd werd in de tuin van het buitenverblijf van de toenmalige
schooldirecteur van de Lambertusschool.
HET BUURTHUIS
Ondertussen had de parochie contacten gelegd met
het klooster in de Limalaan voor het huren van het retraitehuis
in de Schijfstraat. Ook de school Regina Pacis zocht nieuwe klaslokalen
voor de kleuterafdeling en zo werd de idee van het buurthuis realiteit.
In de zomer van 1976 werd het retraitehuis met man en macht en door
veel vrijwilligers herbouwd tot buurthuis. De slaapcellen op de
eerste verdieping werden samengevoegd tot een zaal, een keuken,
een vergaderlokaal en een lokaal voor de KAV. Jongeren van de Branding
hielpen tijdens de vakantieperiode mee aan de verbouwing. De tweede
verdieping werd grotendeels verhuurd aan de scoutsgroep (de kleine
lokalen voor de deeltakken en de grote zolder als animatieruimte).
De Branding kon er ook een klein zolderlokaaltje huren : het kleine
zoldertje bovenaan de trap waar zich nu toiletten bevinden. Het
lokaal van 4 bij 4 werd als "mini-jeugdhuis" ingericht
met vast tapijt, een oude Boschfrigo (geërfd van de vroegere
Branding), versleten stoelen, e.d. Voor een tafel was er geen plaats.
In oktober 1976 (na één jaar werking)
werd een tweede algemene vergadering georganiseerd om te evalueren
en een strategie voor de toekomst uit te tekenen. De groep was immers
te klein (en het ontbreken van vrouwelijke leden werd als een ernstig
probleem aangevoeld). Enkele nieuwe jongeren sloten aan : Hedwige
Verstraete, Jo Francois, Johan en Luc Martens, Ludwine Meutermans,
Marleen Cauwels, … Ook Danny Dekeuleneer en Miche Lagaert,
twee gasten uit een oudere wijk van Laken (Léopoldsquare)
maakten kennis met de Branding, maar het zou nog een jaar duren
voor ze regelmatige bezoekers en medewerkers werden. In dezelfde
periode deed de scoutsgroep een poging om te starten met een YIN-afdeling
voor jongens en meisjes van 16 tot 18 jaar. Dit mislukte maar enkele
Yins waaronder Carine Schermie vonden zo de weg naar de Branding,
waar ze "bleven plakken".
Tijdens het tweede werkjaar werden vooral externe
activiteiten bijgewoond, vooral fuiven in Laken, Strombeek, enz.
De idee groeide dat het jeugdhuis maar kon overleven als er een
wekelijkse café-avond (instuif) zou ingericht worden. Daarvoor
was het bestaande lokaal uiteraard veel te klein. De ene zijn dood
is de andere zijn brood : ondertussen bleek dat de scoutsgroep op
de sukkel raakte en de grote zolder niet langer gebruikte. Dit bleek
de redding voor het jeugdhuis. In juli 1977 werd een tweede kamp
georganiseerd in samenwerking met de scouts te Wyonpont (Erneuville).
Het werd een memorabel kamp waar tijdens de lange nachten bij het
kampvuur de succesjaren van het jeugdhuis voorbereid werden. Men
besloot de gok te wagen en te starten met een wekelijkse instuif
op vrijdagavond.
SEPTEMBER ’77 : EEN SUCCESSTORY
BEGINT
Het derde werkjaar (beginnend in september 1977)
was meteen een schot in de roos. De grote zolder werd gehuurd en
ingericht als instuifruimte. Men moet zich daarbij niet veel voorstellen
want er was geen geld voor grote werken. Op de parochie van Sint-Jozef
te Jette mochten we een oude toog halen, een antiek stuk dat nu
nog de blikvanger van het jeugdhuis is. Tafels en stoelen werden
voor een prikje gekocht van een restaurant dat de deuren sloot.
De barkrukken werden door enkele bricoleurs in elkaar getimmerd
en vormden een gevaar voor wie erop ging zitten. De eerste brouwer
was "Janneke bier" van Jette. De vrijdagavond werd klassiek
de "café-avond" terwijl de zaterdagavond voorbehouden
werd als activiteitenavond.
De nieuwe caféformule lokte veel nieuw volk
uit de omgeving en zo vonden nieuwe medewerkers de weg naar het
jeugdhuis : Francis Glorieus (Cisse), Dany Dekeuleneer (den Dan),
Johan Bex (de eerste "econoom") Michel Maenhout (Mazout),
Ingrid Stevens, Robert Oosterlinck, Rudi Teirlinck, Michel Lagaert,
e.a. Elke vrijdagavond bezochten tientallen jongeren het jeugdhuis.
Om de kas te spijzen werden fuiven georganiseerd : memorabel waren
de eerste fuiven in Nekkersdal en Onder de Toren (Brussel). Amokmakers
en vandalen verstoorden de pret maar de kas werd er beter van. Het
eerste spaargeld werd geïnvesteerd in aanpassingswerken aan
de zolder : isolatie, waterleiding, electriciteit, verwarming, een
discobar,… Vele jongeren kwamen als vrijwilligers uren meewerken.
Moet het gezegd dat het over het algemeen geen stielmannen waren
en dat de regels van de kunst niet altijd gevolgd werden …
HET LEDENBLAD ‘t BRANDDINGSKE
Bij het begin van het derde jaar werd het ledenblad
‘t Branddingske boven de doopvont gehouden. Marc Meutermans
was de promotor en ook eerste eindredacteur. Het ledenblad verscheen
maandelijks : de eerste exemplaren werden "vermenigvuldigd"
met een oud procédé (alcoholstencil) dat helaas weinig
kwaliteit opleverde. Al vlug werd er overgeschakeld op de gewone
stencil, een druktechniek die ook niet altijd meeviel. Het ledenblad
verscheen maandelijks en was op een bepaald moment een erg lijvig
boekje geworden. Er was een redactieploeg die zorgde voor de samenstelling,
de lay-out en de verspreiding. De leden brachten de artikels aan.
Er waren enkele vaste rubrieken, waarvan de rubriek "Schijfstraat"
van Cisse Glorieus erg geliefd was omwille van de aangedikte roddels
en verhalen van Brandingleden. Dirk Vernaeve verzorgde de Griezelrubriek
en Patje De Becker de kwis.
DE BRANDING KRIJGT EEN STRUCTUUR
In het derde werkjaar kreeg het jeugdhuis een vaste
structuur en men werkte aan statuten. Roel Francois, op dat moment
student aan de sociale school en spilfiguur van het jeugdhuis, werkte
de structuur en de statuten uit. Bovenaan stond de "volksvergadering"
: een democratische vergadering van alle leden die maandelijks plaatsvond.
Daarnaast was er de kern en het dagelijks bestuur. Tenslotte werden
er jaar na jaar nieuwe werkgroepen opgericht met specifieke taken
of activiteiten : redactie Branddingske, toogploegen, kuisploegen,
werkgroep voor animatie, muziek, public relations, sport, film,
enz. Er werd gewerkt met "echte leden" : wie een lidkaart
kocht kreeg het Branddingske en kon deelnemen aan de volksvergadering.
In die periode telde het jeugdhuis ongeveer 140 "vaste leden".
Daarnaast waren er de vele losse bezoekers zonder lidkaart. Elk
jaar werden er "verkiezingen" georganiseerd voor de kerntaken
en de werkgroepen.
DE BRANDING ERKEND
Vanaf dat derde werkjaar kreeg het jeugdhuis een
erkenning door verschillende instanties : de NCC (Nederlandse Cultuur
Commissie), de stad Brussel, de Provincie Brabant en het Ministerie
van de Vlaamse Gemeenschap. Door het groot aantal activiteiten en
de verschillende « educatieve » activiteiten kreeg de
Branding een hoge quotering en dus ook heel wat subsidies uit verschillende
« potten ».
OP WEEKEND
Het jeugdhuis ging vanaf het derde werkjaar tweemaal
per jaar op WEEKEND, meestal met een groep van 20 tot 30 leden.
Het eerste weekend ging door in Namèche (bij Namen). Memorabel
echter waren de verschillende weekends te Bogaarden (Pepingen) waar
pastoor Langendries een weekendverblijf ter beschikking had. Hoe
dikwijls hebben we dat deel van het Pajottenland niet wakkergeschud
als we ‘s nachts erop uit trokken naar fuiven in Pepingen,
Kestergat of Heikruis. Andere onvergetelijke weekends vonden plaats
in Galmaarden vlakbij de Bosberg, Nukerke, Neervelp, Opoeteren,
Okselaar, Sint-Joris-Winge, Opdorp, enz. Elk weekend zorgde weer
voor onsterfelijke verhalen en « nieuwe koppelkes ».
TREFCENTRUM NEKKERSDAL
Ondertussen had men in Laken-centrum rond het Bockstaelplein
ook niet stil gezeten en kwamen de sociaal-culturele raad en het
trefcentrum Nekkersdal van de grond. Tussen het buurthuis en Nekkersdal
ontstond een haat-liefde-relatie. De Branding was echter vrij actief
in de oude fabriek die men "trefcentrum" noemde : er werden
fuiven en optredens ingericht o.m. met Jef Van Uytsel, Johan Verminnen,
enz.
EEN BREED AANBOD AAN ACTIVITEITEN
De activiteiten van de Branding werden vanaf het
vierde werkjaar alsmaar breder : naast de traditionele café-avonden
op vrijdag was de zaterdagavond voorbehouden voor allerlei ontspannende
doch ook "educatieve" activiteiten. Een greep uit het
programma : kwis, griezelavond, schattentocht, casino-avond, avondwandeling,
film (elke maand in het zaaltje op de eerste verdieping). Geregeld
werd er ook een fuif of een optreden ingericht, maar dit gebeurde
niet in het jeugdhuis omwille van de problemen met de geluidsoverlast
en de brand(on)veiligheid.
Erg in smaak viel ook de jaarlijkse bieravond waar
tot meer dan 80 verschillende soorten, voornamelijk Belgische bieren
konden geproefd worden (voor velen viel deze activiteit wat zwaar
uit). Cisse was de drijvende kracht achter deze bieravonden. Ook
waren er thematische aktiviteiten zoals een Deense avond.
De "traditionele feesten" werden in het
jeugdhuis niet overgeslagen : bijna elk jaar kwam een ludieke Sinterklaas
op bezoek, met carnaval was er fuif met verplichte verkleding, enz.
De viering van oudejaarsavond was ook ieder jaar een voltreffer.
Er werd gestart met een receptie en feestmaaltijd. Anekdote : bij
de jaarwisseling van ’78 vroor het zo erg dat niet alleen
de waterleiding maar ook de koude schotel bevroren was. Na de maaltijd
stond het jeugdhuis de hele nacht open voor alle feestvierders en
de jaarwisseling ging gepaard met een ongeziene uitbundigheid waar
kilo’s confetti en serpentines aan te pas kwamen. In de loop
van de nacht was het een komen en gaan van jongeren die van het
ene feest naar het andere trokken. De Branding had de reputatie
er een lange nacht van te maken (meestal vertrokken de laatste feestvierders
rond 7 of 8 uur wat in die tijd nogal opmerkelijk was).
OP KAMP
Vele Brandingleden waren studenten en vanaf de
meimaand werd het activiteitenprogramma erg rustig. De café-avond
vormde wel een aangename verpozing voor de blokkers. De maand juli
stond altijd in het teken van het kamp, een activiteit waar telkens
zo’n 20 tot 25 jongeren aan deelnamen. Het kamp duurde zo’n
10 dagen en werd door heel de groep voorbereid. Er werd een gedetailleerd
kampprogramma opgemaakt met onder andere een welkomavond, de doop
(voor de nieuwkomers), een dropping, een ludiek nachtspel, een tweedaagse
tocht, een sportdag, enz. Het derde kamp werd nog samen met de scouts
ingericht te Bel (bij Geel) maar vanaf dan trok het jeugdhuis er
alleen op uit. Het enige kamp dat niet in tenten doorging was dat
van 1979 toen we per fiets naar Kessel (bij Lier) trokken. Onvergetelijk
was het kamp te Mormont (bij St-Hubert) in de zomer van 1980. Juli
’80 goot het water en we "verzopen" op onze kampweide.
Toen iedereen er genoeg van kreeg, brak plots een tropisch weertje
uit en het kamp kon niet meer stuk. In 1981 ging het kamp door in
Vierves-sur-Viroin en het jaar daarop in Suxy (Chiny). Nadien volgden
nog enkele kampen waar uw verslaggever niet meer bij betrokken was.
Net als bij de weekends zorgde elk kamp voor een vracht onvergetelijke
kampherinneringen en straffe verhalen.
DIVERS PUBLIEK
Het publiek van De Branding was erg verscheiden
en dat zorgde soms voor de nodige spanningen. De leeftijd van de
leden varieerde tussen 16 en 25 jaar. Er was een vrij grote groep
studenten maar daarnaast ook werkenden, een groep die jaar na jaar
aangroeide. Sommigen hadden hun roots bij de scoutsgroep, anderen
hadden een gemeenschappelijk verleden op het St-Pieterscollege.
Tussen scouts en niet-scouts was er regelmatig spanning. Niet iedereen
had dezelfde visie op het jeugdclubbeleid : een grote groep zag
de club vooral als een ontmoetingsplaats voor amusement maar daarnaast
was er ook een minderheid "idealisten" die de jeugdclub
zagen als een forum waar allerlei maatschappelijke problemen dienden
bespreekbaar gesteld te worden. Zo kreeg je in het jeugdhuis de
"linksen" en de "rechtsen". Tussen beide groepen
kwam het vaak tot urenlange nachtelijke discussies. Die "geëngageerde"
groep was ook betrokken bij talrijke initiatieven die in het trefcentrum
Nekkerdal plaatsvonden onder de noemer maatschappelijke vorming.
Eind jaren zeventig organiseerden zij voor de eerste maal de jaarlijkse
11.11.11. -actie te Laken. Op het einde van de jaren zeventig brachten
jongeren nieuwe bewegingen tot stand zoals de vredesbeweging (tegen
de raketten), de milieubeweging, de derde wereldbeweging, enz. Dit
alles vormde voer voor nachtenlange discussies tussen de pro's en
de contra's. In de eerste jaren werden nog heel wat educatieve activiteiten
ingericht zoals debatten, informatie-avonden, e.d. De "serieuze"
activiteiten verdwenen echter stilaan uit het aanbod.
PALMFIJNFEESTEN
In de zomer van 1980 bestond het jeugdhuis 5 jaar
en dit werd op een speciale manier gevierd. In het weekend van ?
september werd het Palfijnpark letterlijk "ingepalmd"
door een reusachtige feesttent en allerlei animatiestanden en kermistoestanden.
In feite had het feest nooit mogen doorgaan in het Palfijnpark omdat
de stad Brussel hiervoor geen toestemming gaf (reden : quartier
résidentiel). Maar Cisse Glorieus kreeg het toch voor elkaar
tot woede van de franstalige omwonenden die de rust in hun "quartier
résidentiel" verstoord zagen. De naam Palmfijnfeest
verwees niet alleen naar het park maar ook naar de drank die het
meest over de toog ging in het jeugdhuis : de PALM. Verschillende
artiesten maakten hun opwachting waaronder Johan Verminnen, Raymond
Van Het Groenewoud en Willem Vermandere. Jarry De Meulemeester (van
de Ancienne Belgique) zorgde voor een avond fuifmuziek in de jeugdclub.
Voor menig medewerker waren het zeer korte nachten want er was een
securityploeg die de tent moest bewaken. Tijdens één
van die nachten was het behoorlijk fris en dus werden enkele kerkstoelen
van de zolder gehaald en op het kampvuur gelegd in het midden van
het Palfijnpark. De omwonenden zullen het geweten hebben. Bij de
opkuis van het park werd gerekend op de werkmannen van de stad Brussel
die in grote getale opgetrommeld waren. Helaas vonden ze tamelijk
vlug de weg naar de tapinstallaties met de halfvolle vaten Palm
die toch leeg dienden te worden gemaakt…
SPORT
De Branding was niet allen het jeugdhuis van "spelers
en drinkers", er werd met momenten ook duchtig gesport. In
de eerste jaren werd er af en toe eens gevoetbald of gevolleybald.
Soms nam men deel aan één of andere sportmanifestatie
: memorabel was het volleybaltornooi in Neder-over-Heembeek, de
voetbalmatch tegen de scoutsleiding (Bel, 19..) en de 24 uren van
Evere (per fiets). Er werd ook een volksdanscursus ingericht en
een cursus "meditatie op muziek". Af en toe werd een ping-pongtornooi
ingericht. Op kamp en op weekend werd er ook regelmatig een sportactiviteit
of een sportdag ingericht.
De werkgroep sport zorgde voor meer en regelmatige
sportactiviteiten : in de zomermaanden was er de wekelijkse voetbalmatch
in het park van Laken. In de wintermaanden ging men zaalvoetballen
in de sporthal van Meise (een activiteit die momenteel nog steeds
doorgaat). Het volleybal resulteerde in een heuse ploeg die in competitieverband
ging spelen. Het vervolg van dit verhaal is mij onbekend.
VERBOUWINGEN
In de geschiedenis van het jeugdhuis waren "aanpassingswerken"
een steeds terugkerend verschijnsel. Toen de grote zolder als instuifruimte
ingericht werd in ’77 was er niets: een kale, open zolder
waarvan je de dakpannen zag. Meteen begonnen de eerste grote werken.
Alles werd gedaan door vrijwilligers van allerlei slag : van ervaren
bricoleurs tot onhandige Harry’s. In het begin was er weinig
geld en werd er al eens gezocht naar "recuperatiemateriaal"
. Om de zolder te isoleren werd een fuif ingericht die voldoende
geld opbracht om ook nog het dakje boven de toog te bekostigen.
Dit laatste kostte slechts een peulschil want de dakpannen en het
hout werden gerecupereerd. ook voor de eerste gemetste toog werd
tijdens een nachtelijke uitsap « recuperatiemateriaal »
verzameld.
De electriciteit vormde ook een probleem want de
zolder beschikte slechts over één lichtpunt, een lamp
van 40 Watt boven de toegangsdeur. De bedrading van het Buurthuis
was ook niet voorzien op de behoeften van een jeugdclub en regelmatig
sprong de "plomb générale". Dan moesten
we op zoek naar "soeur électriek" in het klooster
die uitgerust met een lamp met twee draden het technisch onderzoek
deed. De electrische installatie met "force matrice" was
ons als bleukes in het vak onbekend en dat leidde soms tot spookachtige
toestanden wanneer plots de lichten spontaan begonnen te dimmen.
Dat er nooit accidenten gebeurtd zijn kan als een wonder omschreven
worden.
De zelfgelegde waterleiding over de kruipzolder
zorgde voor minder kopzorgen, behalve in de strenge winter toen
ze kapot vroor en heel het Buurthuis onder water stond. De eerste
geïmproviseerde spoelbak achter de toog had geen afloop: het
vuile water kwam terecht in een plastieken ton die regelmatig diende
geledigd te worden in het toilet. Dit werd om begrijpelijke redenen
al eens vergeten of uitgesteld wat voor een pikant geurtje zorgde.
Later werd een plastieken afvoerbuis vakkundig in de dakgoot gelegd.
Jammer dat de zink aangetast werd door de bierresten… een
probleem dat zichtbaar werd aan de buitenzijde van het gebouw.
Een ander groot probleem vormden de toiletten die
blijkbaar niet berekend waren op het jonge geweld. Op de tweede
verdieping was er slechts één toilet met een gietijzeren
spoelbak. Wie te hard aan de "sjas" trok, kreeg het deksel
letterlijk op zijn hoofd. De toiletten op de eerste verdieping hadden
de slechte neiging te verstoppen en dan kwam er heel wat handenarbeid
aan te pas. Roel heeft er zijn diploma van loodgieter behaald.
Ook de muziekinstallatie evolueerde merkwaardig.
In den beginne was er de erfenis van Branding 1 : een monoversterkertje
van het merk Toa, een Dual-platenspeler in een isomobakje en zelfgemaakte
boxen waarvan de luidsprekers gerecupereerd waren uit oude radio’s.
De muziekinstallatie stond naast de spoelbak achter de toog wat
wel eens tot waterachtige storingen leidde. Toen er wat geld in
het bakje kwam, werd een discobar in elkaar geknutseld (dit meubel
doet nu nog steeds dienst ). Van een discjockey die ermee kapte
werd de lichtinstallatie voor een prikje overgekocht en zo werd
de zolder een echte discotent. Enkele jaren later was het spaarvarken
goed gevuld en werd professioneel geluid- en lichtmateriaal geplaatst,
tot grote colère van de buren die niet konden slapen.
De verwarming van jeugdhuis De Branding was een
ander probleem. De zolderruimte had geen radiatoren aangesloten
op de centrale verwarming. Typisch voor zo’n zolder is dat
de warmte langs kieren en spleten wegvlucht. Ook de twee antieke
dakvensters trokken de koude aan. Gelukkig liep er toevallig een
schoorsteen door de zolderruimte en die werd aangewend voor verwarming.
De eerste verwarmingsbron was een versleten maar loodzware kolenstoof
die we recupereerden uit het weekendverblijf te Bogaarden, een geschenk
van de "moezze" (Ludo Langendries). De barploeg van dienst
stak de stoof een uur voor opening aan. De kolenstoof zorgde voor
nogal wat ongemakken : rookwolken in de zolder, (een dronken Brandinglid
viel letterlijk in de kolenkit) maar ze gaf vooral te weinig warmte.
Toen kwam de eerste mazoutstoof en dat was een stap vooruit, al
waren er ook problemen. Vaak was de stoof door roet verstopt en
kreeg men ze niet aan de praat. Volgens sommigen kreeg je koppijn
van de mazoutreuk … al konden daarvoor ook andere redenen
aangevoerd worden. Ook het sleuren met metalen mazoutbidons werd
als hoogst onaangenaam ervaren. Het probleem werd definitief opgelost
met de komst van de gasleiding en convectoren.
VERGROTEN EN UITBREIDEN
Toen het aantal regelmatige bezoekers alsmaar aangroeide,
werd de zolderruimte te klein. Eerst werd gedacht aan een soort
verdieping of balkonconstructie in de zolderruimte zelf maar deze
plannen waren niet realistisch. Het kleine lokaal inpalmen voor
de discobar was een eerste, goede oplossing. De toenmalige eigenaar,
de zusters van het klooster, waren echter niet akkoord met het slopen
van de muur. Toen pastoor Langendries dit slechte nieuws kwam melden,
was de bres reeds geslagen. Later, toen de scoutsgroep geen werking
meer had, werden de andere lokalen van de tweede verdieping bijgenomen.
De zolderruimte werd opnieuw uitgebreid.
Ook de brandveiligheid heeft De Branding parten
gespeeld: bij een eerste inspectie van de brandweer werden fuiven
verboden en moesten allerlei aanpassingen gebeuren. Later werd er
een brandladder en noodverlichting geplaatst.
DE BUREN EN DE POLITIE
De bewoners van de rustige en residentiële
Schijfstraat zagen met lede ogen hoe de losbandige jeugd van Laken
het Buurthuis inpalmde op vrijdag- en zaterdagavond. De eerste klachten
hadden te maken met de verbouwingen aan het buurthuis want grote
stofwolken hingen toen boven de Heysel. Maar vooral het nachtlawaai
bezorgde menig buur een woede-aanval. Er was niet alleen de overdosis
geluid dat door de slechte isomo-isolatie sijpelde, maar ook het
regelmatig komen en gaan van luidruchtige gasten. Het dichtslaan
van autoportieren in het holst van de nacht maakte de Schijfstraat
volgens sommige franstalige buren onleefbaar.
Vooral de auto van Dany Dekeuleneer (een gele Renault
door de buren omschreven als "le canari jaune") had een
slechte reputatie : hij was dan ook regelmatig (samen met copain
Roel) de man die het licht uitdeed in de vroege uurtjes. Het nachtlawaai
zorgde regelmatig voor politiebezoek, vooral wanneer er gefuifd
werd en de dansmuziek wat harder werd gezet. De politie-agenten
werden vriendelijk ontvangen en zo mogelijk getracteerd. Vooral
Callekes of Tukes vielen in de smaak bij de ordehandhavers. Na een
tijd kwamen ze zelfs spontaan, gewoon om ne keer te zien of alles
in orde was. Toch werden menige proces-verbalen opgesteld maar tot
verder onheil kwam het niet.
EEN NIEUWE GENERATIE NEEMT OVER
Vanaf 1980 werd de groep van de pioniers stilaan
opgevolgd door een nieuwe groep medewerkers. De "anciens"
stapten één voor één in het huwelijksbootje
en verdwenen van het terrein. Bij die nieuwe groep medewerkers waren
o.m. Guido Geers, William ,Dirk Vernaeve, Eric Glorieus, Jan Florijn,
Hilde Felix, Harry Van Den Bogaert, … Cisse Glorieus was eigenlijk
de enige ancien die ook actief bleef in deze tweede periode van
de Branding.
MUZIEK
Wie aan jeugd denkt, denkt aan (pop)muziek. In
de Branding was dat niet anders, alhoewel de Vlaamse kleinkunst
er ook veel gespeeld werd. Bij de start van de instuifavonden was
er slechts een platenspeler en de barmannen brachten zelf hun platen
mee. Enkele platen bleven er liggen en werden letterlijk grijs gedraaid
zoals "American Pie" van Don Mc Lean, "Amsterdam"
van Chris De Bruyne, Johan Verminnen, enz. Nadien werd overgegaan
tot de aankoop van een cassetterecorder en dat gaf meer mogelijkheden.
De werkgroep discobar zorgde voor een lange reeks cassettes van
diverse genres. Typisch voor het einde van de jaren zeventig was
de opkomst van de punkmuziek, ondermeer Plastic Bertrand (ça
plane pour moi) zorgde voor ambiance. Sommigen hadden het voor Roxy
Music, Lou Reed of The Police. Cisse Glorieus had een collectie
dansplaten en die werd aangesproken voor de fuiven. Enkele muzieknummers
maakten furore zoals "I don’t like mondays", "One
step beyond", "Wunderbar", "Neunundneunzig luftballons",
… Het totaal onbekende nummer "storingen" van Walter
Verdun werd een tophit in De Branding. Ook was er de typische "nachtcassette"
die meestal als laatste opgezet werd met nummers als : "Because
the night", "Nights in white satin", "Nu de
nachten nog" en als slotnummer "Il est cinq heures, Paris
s’éveille". Maar er was ook regelmatig life muziek
in de Branding.
MERKWAARDIGE FIGUREN
Elk jeugdhuis heeft zo zijn eigen merkmaardige
types en in de Branding was dat niet anders. We staan hier even
stil bij enkele van deze gasten uit de eerste 7 jaren.
Jef Palm
Jef Palm was een zwervend type die van jeugdbeweging
naar jeugdbeweging en van jeugdhuis naar jeugdhuis trok. Alhoewel
een stuk ouder dan het Brandingpubliek kwam hij in z’n typische,
korte zwart fluwelen broek naar de activiteiten. Het moet zo rond
1978 geweest zijn dat de Jef overgewaaid kwam uit het jeugdhuis
De Finkel in Jette en zijn eerste stappen zette in De Branding.
Verklaring van de naam Jef Palm: aangezien Jef
een zeer groot afnemer was van Palmkes lag de naam voor de hand.
In de Branding werd het echter Zwette Jef omdat hij plots overschakelde
op Stout. Voor Jef stond er altijd een voorraad in de frigo. Jef
Palm was ook de uitvinder van de "Special", een geestrijke
drank die men bekwam als men diverse sterke dranken bij elkaar klutste.
De kleur was niet appetijtelijk en het rook naar een soort medicament
maar het was erg straf. Velen hebben het zich achteraf beklaagd
als ze te veel van deze toverdrank gedronken hadden. Jef Palm was
ook een "plakker" en dikwijls vertrok hij in de vroege
uurtjes met z’n gammele fiets. Meestal begon zijn nachtrust
reeds in de Branding: Jef vleide zich dan aan de toog tegen de houten
hoekpaal en snurkte boven de muziek uit.
Al de bezittingen van Jef Palm zaten in metalen
legerkisten van verschillende formaten. Ze werden in een apart rommelkot
gezet tot het jaarlijkse kamp eraan kwam. Het kleinste kistje was
het zwaarst: je moest het met 4 man verplaatsen. Tot ieders verbazing
bevatte het een metalen haak van een hijskraan die Jef gevonden
had op een werf. Het werd gebruikt als tegengewicht bij de apebrug.
Meteen zitten we bij één van de grote specialiteiten
van Jef Palm: sjorren, hoge masten rechtzetten en apebruggen bouwen.
Scouts en Chirogroepen deden op hem een beroep bij de jaarlijkse
"overgang". In één van de metalen kisten
bewaarde Jef insekten, wormen, kevers en vlinders: hij had ze in
bokalen op "sterk water" gezet. Voor het uitstippelen
van dagtochten en tweedaagsen werd Jef aangesproken want met stafkaarten
kon hij overweg. Als Jef honger had dan at hij alles, zelfs insekten.
Op een tweedaagse tocht naar Petit-Mesnil (1981) stilde hij z’n
honger met 2 blikjes hondevoeder met de woorden: dat kan toch niet
slecht zijn als de honden dat ook graag opeten!
Ook fotografie was één van zijn passies:
per kamp trok hij wel een dozijn diafilmen op. Maar door het feit
dat er één oog minder goed werkte en hij niet altijd
in nuchtere toestand dia’s maakte, waren er nogal wat onscherpe
exemplaren bij. Jef Palm werkte bij de metsers en hij kon vloeken
als een ketter. Alhoewel de Jef een ruwe bolster had, bezat hij
een klein en gevoelig hartje. De kampverhalen waarin Jef Palm een
hoofdrol speelde zijn niet in één boek te bundelen.
Den Boskakker en Zwiebel
Jef Palm en den Boskakker kwamen samen over van
de Finkel. Den Boskakker was een boom van een vent, zo iemand waar
je best geen boel mee zocht. Hij was een fervent aanhanger van "goeie
rock- en bluesmuziek" en speelde zelf basgitaar. Zijn collectie
platen was oneindig en zijn kennis van moderne muziek had iets fenomenaals:
bij de intro van een rocknummer wist hij al de titel en de uitvoerder.
Zijn bijnaam had hij wellicht verworven in de Finkel waar hij gekend
was als een groot aanhanger van Boss Gaggs ( ?). Er kwam een rockgroepje
tot stand met den Boskakker, Groten Beire, Kleinen Beire, Mazout
en … die ook regelmatig optraden in de Branding. De jongere
broer van den Boskakker was Zwiebel, een bijnaam die te maken had
met zijn lange, smalle figuur. Wie een poot durfde uitsteken naar
de Zwiebel kreeg gegarandeerd den Boskakker op z’n dak.
Mazout
Een opmerkelijke figuur die in het derde Brandingjaar
ten tonele verscheen was Mazout. Als inwijkeling in Laken was hij
toevallig in de jeugdclub terecht gekomen en blijven plakken, zoals
zovelen. Hij ging vaak gekleed als Jerommeke, met een vestje in
dierenvacht zonder mouwen. Mazout was één van eerste
bricoleurs in het jeugdhuis die samen met Roel en den Dan de eerste
aanpassingswerken deed. Na een zwaar debacle met zijn brommer, schakelde
Mazout over op de "deux-chevaux-kes" waarvan hij er een
hele reeks versleet. Een twee-peekaa ontplofte toen Mazout een deel
van de motor weggesmeten had op het kamp te Kessel. Met een ander
exemplaar miste hij in Opoeteren een bocht en vloog over een beek.
Dit resulteerde tot de historische woorden aan de telefoon: "Maman,
chérie, j’ai eu un accident"! Eén van de
volgende Dianekes in de reeks eindigde als wrak in de tuin van iemand
die naast de E40 woonde. Ongelooflijk was ook het verhaal hoe Mazout
aan zijn lief kwam: hij deed uitbundig mee aan het carnaval in Aalst
en werd de volgende dag thuis wakker met een reuzekater. Toen belde
een lieve juffrouw uit Papegem hoe het met hem was en of hij die
dag nog eens naar Aalst kwam. Mazout kon zich niets meer herinneren
maar trok toch maar naar Aalst. Het bleek dat hij geen slechte smaak
had en het was "koekenbak" tussen die twee. Mazout was
ook de man die empirisch aantoonde dat "menselijke gassen"
kunnen ontbranden tot een echte steekvlam …
Bébé
Een merkwaardige figuur die blijkbaar een gezicht
had zonder beharing, waardoor de bijnaam "Bèbè"
voor de hand lag. Bébé was altijd voorzien van wat
klein materiaal (een schroevendraaierke of een kleine tang) en verzamelde
allerlei bordjes met opschriften. Dit werd op den duur een rage
in het jeugdhuis en het straatbordje van de "rue d' Aerschot"
dat in het dj-kot hangt is daar nog een getuige van. Dit kleinnood
werd binnengehaald op een vrijdagavond door Bébé en
enkele kompanen die uitgedaagd werden dat ze dat toch niet durfden
met de klassieke uitspraak "G’et gien hèt"
(vrij vertaald : ge hebt geen hart, ge durft het niet). Ze moesten
dat maar zeggen… Het binnenhalen van deze buit werd uitbundig
gevierd. Bébé had in die tijd nog wat puberstreken
in zijn lijf en speelde dolgraag met "petards". "Vooral
de " petard pirate" was erg in trek. Tijdens het kamp
te Vierves-sur-Viroin (1981) werden vele nachten verstoord door
aanslagen met bommekes, wat bij de tegenstanders tot heftige reacties
leidde. Met die bommekes zijn trouwens 2 accidenten gebeurd, gelukkig
zonder veel erg. Zo kreeg Jef Palm toevallig een brandende petard
in zijn laars en ondanks hevig trappen ontplofte het ding toch.
De schade viel nog mee (een kapotte laars en een kous met een dik
gat in), maar de reactie van Jef niet! Een ander bommetje werd ongemerkt
in het eten van een vrouwelijke schone gestoken zodat de puree,
de pensen en de kompot in het rond vlogen. De schade bleef beperkt
tot een gebroken bord en een woedende Isabelle. Ook uit die periode
op kamp dateert het fameuze verhaal van "balleke pet".
Op de eerste avond werd een gezelschapsspel georganiseerd: iedereen
moest een "straffe proef" op een papiertje schrijven.
Men kreeg een nummer en dan werd er met de roulette gespeeld. Als
uw nummer uitkwam moest ge uw proef voorlezen en uitvoeren. Patje
had geschreven dat hij een gehaktbal op z’n hoofd zou zetten
met een pétard pirate erin waarvan de lont zou aangestoken
worden. En het onmogelijke gebeurde: zijn nummer werd getrokken
en de proef uitgevoerd. Het uit elkaar spatten van de gehaktbal
met een prachtige steekvlam zorgde voor lachsalvo’s die niet
meer te stoppen waren. En Patje had alleen maar een beetje hoofdpijn…
Bébé was ook een fervent medewerker
aan het ledenblad en hij verzorgde de griezelrubriek: daarvoor gebruikte
hij een oud pseudo-wetenschappelijk boek waarin hekserij, spoken
en duivels in alle formaten beschreven werden. Van de gelegenheid
maaktte hij "misbruik" om de één of andere
kompaan een veeg uit de pan te geven. Bébé was ook
de bezieler van de griezelavonden en de casino-avonden.
Opgesteld tijdens een nostalgische avond door Roel
François, stichtend lid van de Branding |